Zaterdag 3 oktober mochten we weer. Als koeien die in het voorjaar de wei in mogen huppelde ik op mijn fiets – gelukkig ging dat goed – naar Rosmalen met veel zin in een wedstrijd schaken met ons eerste team. Twee teams speelden thuis dus veel gezelligheid in de zaal. Onze tegenstanders uit Arnhem waren er al vroeg en wachtten geduldig tot we al onze organisatorische zaakjes op orde hadden.
Na de afloop met 6,5 -1,5 appte Mike, die voor HMC 3 gespeeld had: “Jullie een makkelijke overwinning en jijzelf een remise zie ik? Goed gespeeld?” Het antwoord was twee keer ‘niet echt’.
Om met dat laatste te beginnen, mijn ‘niet echt’ goede partij op bord 3.
Op zet 11 speelde ik Da5 en nog terwijl ik de dame zag landen, bekroop me al het gevoel iets strategisch helemaal verkeerd te doen. De dreiging was oppervlakkig en makkelijk te pareren, en ze had daar vooral… niets te zoeken op die naar haar genoemde vleugel van het bord. De dame moest na enkele zetten weer terug en wit kwam lekker los. Dat ongelukkige gevoel van ‘de stelling verpest hebben’ bleef aan me kleven. En op zet 19 dacht ik verloren te staan. Zie diagram:
Wit heeft 19. Te1 gespeeld. De pion op e4 is moeilijk te verdedigen en kan niet meer opgespeeld worden, er dreigt h4 en Pb5 met paardvork op c7 en de penning op de dame kan benut worden met f4 (gxf4, Lxf4). Vele zorgen, en dat gevoegd bij mijn gevoel van ‘hoe heb ik me zo in de nesten kunnen werken’, maakte dat ik alleen naar wanhopig verdedigen keek en niet naar tegenkansen (Lb7!) met een pionoffer. De psychologie van het schaken: je emotie vertroebelt een objectief oordeel. De stelling is helemaal niet kansloos na 19… Lb7! Volgens de computer zelfs 0.0, niets aan de hand! Na 20. Lxe4 volgt namelijk 20…. Tad8 met voldoende compensatie voor de pion, en na 20… Txe4 volgt 20… Dc6! met dreiging op g2 en het paard op c3 en nu moet wit nauwkeurig Df3 en het vervolg spelen om niet te verliezen. Ik speelde echter 19… Ld6, ook om na 20. Pb5 Lb8 te kunnen spelen. Als dat op het bord gekomen was zou ik heel slecht gestaan hebben – 21. Lc4 dreigt, ook 21. Pc7, Lxc7 22. Txc7 zit er beroerd uit… Maar mijn tegenstander besloot tot mijn opluchting tot versimpeling 20. Pe4? Pxe4 21. Lxe4 Tb8 en ik zag weer licht aan het eind van de tunnel en wist het vervolg remise te houden.
Bent gaf na afloop aan om aan deze ‘psychologie van het schaken’ – in een negatieve vibe komen na een stomme zet – wel eens een trainingssessie te willen wijden. Goed idee. Hij had ook bij Lex gezien dat hij na het verlies van een kwaliteit in een baalmodus te schieten, terwijl hij objectief nog steeds beter stond.
Dan de andere partijen. Ook daarin ging het aanvankelijk ‘niet echt’ gemakkelijk.
Wilbert kwam er op bord 1 niet door tegen Ismail Aydemir, hoewel hij vele listen en hergroeperingen in stelling bracht. Wit bleef goed verdedigen. Op één moment was er toch een kansje, maar die zag Wilbert pas na afloop in de analyse:
Wilbert: Mijn partij tegen Ismail had niet zoveel om het lijf. Ik speelde met zwart de Hübner-variant van het Nimzo-Indisch (voor de liefhebbers: hiermee verraste Fischer Spassky in 1972 in de 5e partij van de meest enerverende wk-match ooit: https://www.youtube.com/
In deze stelling had ik volgens Stockfish het beste… De8 kunnen doen, dan een keer..Pg6 spelen. Na afruilen komt de zwarte dame mooi te staan op g6. Zoniet, dan kan mijn knol naar f4. Of het genoeg zou zijn voor de winst, is de vraag. Maar je kunt doorspelen met zwart. In plaats daarvan ruilde ik 2x af op f2 in de hoop dat ik, na…g6, in het eindspel via de zwarte velden kon binnenkomen. Maar dat kan wit allemaal keepen, en terecht bood Ismail op de 43e zet remise aan.
Met alle wendingen op de andere borden (met name bij Raymond en Nico) zag het voor ons inmiddels heel goed uit. Sterker nog, de winst kon ons naar mijn idee niet meer ontgaan. Toch nog even afgestemd met David, maar die had zijn handen vol aan zijn eigen partij en liet het mij zelf bepalen. Ik deed nog een zetje (…Kf6) en bood toen zelf remise aan. Dus konden de stukken weer in de doos.
Op bord 2 deed Bent een mooi torenoffer dat terecht, niet aangenomen werd, maar daarmee een gezonde pion won en later de partij.
Bent: Na omzichtig manoeuvreren ontstond de volgende stelling.
15. Txd5!!
Zwart kan slaan, maar deed dit helaas niet in de partij. Na 15… exd5 zou volgen: 16. Pxd5 De6 (elke andere zet leidt tot mat na 17. Db6 / Pc5 / Lxa6 noem het maar op.) 17. Td1 en wit heeft een overtuigende koningsaanval. Zwarts stukken doen niet mee aan het spel, en ondanks materiaalachterstand speelt wit met 3 stukken meer.
Maar helaas, zwart koos ervoor om met een pion minder door te schuiven:
15… Le8 16. Txd8 Dxd8 17. Td1 Dc7 18. Pe4 +-
Wit staat een pion voor, met actievere stukken en meer ruimte. Het resterende spel kon beter, maar op zet 41 vond zwart het best in een verloren eindspel.
Leon: Op bord 4 speelde ik met wit een partij die traag begon. Zwart kwam met ongeveer gelijk spel uit de opening, maar beging rond de twaalfde zet een kleine vergissing die mij in staat stelde zijn koningsloper af te ruilen en hem met een dubbelpion op te zadelen. Mijn voordeel was nog steeds niet groot, maar zwart had meer problemen dan ik. Zijn stelling was tamelijk verkrampt en hij had geen goede velden om zijn stukken te ontwikkelen. Met name zijn dameloper bleef een zorgenkindje.
Na omzichtig manoeuvreren ontstond de volgende stelling.
Ik heb met wit zojuist 32. Lc5 gespeeld. Hierna besloot zwart tot een poging de druk te verlichten door met 32… Pb5 op stukkenruil aan te sturen.
Maar deze zet bood mij de kans een pion te winnen: ik speelde 33. Pxc8 (deze loper heeft heel de partij geen zet gedaan!) en na 33… Tdxc8 34. Lxe6 stond ik een pion voor en bovendien domineerde het witte loperpaar de stelling.
Door langzaam velden te ontnemen aan de zwarte paarden en de druk op te voeren kon ik uiteindelijk de zwarte f- en h-pion winnen, waarna zwart op de 59e zet opgaf.
Voor zwart geen fijne partij, voor mij een goed begin van de externe.
Op bord 5 kwam Nico pas echt lekker in de partij toen hij zijn opening ouderwets verknoeid had, en zijn tegenstander, met ruimteoverwicht, moest zien waar te maken of en hoe dat te verzilveren was. Het riep bij Nico zijn vechtersmentaliteit op: “Ik wist zeker, dit ga ik niet verliezen…”. En zo geschiedde, Waar zijn tegenstander ergens de draad kwijt raakte heb ik niet kunnen volgen, maar eind van de middag was het 1-0.
Op bord 6 speelde Ton weer eens zijn opening voor durfals: Het Koningsgambiet.
Ton: Ik begon met wit en, zoals een rechtgeaarde schaker betaamt, met het Koningsgambiet. De opening verliep voorspoedig. Ik kwam er keurig uit, totdat ik besloot een plan te kiezen dat achteraf bezien vooral geschikt bleek voor mijn tegenstander. Vanaf dat moment stond ik de gehele partij verloren. Ergens onderweg gaf ik ook nog een kwaliteit cadeau, want waarom zou je alles zelf houden?
Toen bood ik remise aan. Dit werd, geheel onbegrijpelijk, geweigerd. Dan maar volgens de beproefde methode: een lekker biertje halen, wat sneller en nonchalanter gaan spelen en af en toe een zetje doen waarvan je achteraf hoopt dat niemand het heeft gezien. En zie: plotseling stond ik gewonnen!
Helaas zag ik het uiterst simpele winnende zetje niet. De betere stuurlui aan de wal zagen het natuurlijk onmiddellijk. Zij hadden het zelfs al vóór de zet gezien. Ik bood nog maar eens remise aan. Deze keer werd het aanbod met beide handen aangenomen.
Zo eindigde een verloren partij toch nog in remise.
Adib speelde op zijn Adibs op bord 7 een kalme, haast bescheiden opening, met gemanoeuvreer op achterste rijen, waarbij de opdracht lijkt vooral geen teen over de middellijn van het bord te zetten. En zoals velen van ons al eens pijnlijk ondervonden hebben; als de stelling dan open gaat, en zijn goed verzorgde cavalerie eindelijk naar buiten mag, staan ze ineens goed, en ontstaan er links en rechts tactische mogelijkheden. 
Adib:
“Dit diagram toont het moment waarop ik met mijn loper de pion op h3 sloeg. Vanaf dat punt veranderde het verloop van de partij.”
In het vervolg van de partij vermeed Adib vakkundig de tegenkansen en reeg weer wat punten aan zijn veel te lage rating.
Het was voor Raymond, als invaller op bord 8, alweer lang geleden dat hij in een klassieke partij met wit de Najdorf Siciliaan tegen zich had gekregen. Zo te zien had hij geen idee meer wat de theorie daarin voorschrijft, en besloot hij gewoon kort te rokeren en gezonde zetten te doen. Daarmee geef je zwart wat ruimte, maar niet veel meer. Dat veranderde in een groeiend voordeel voor André van Kuijk. In Raymonds woorden: “Hij stond compleet gewonnen. Als het een interne partij was had ik namelijk al opgegeven.”
De tegenstander van Raymond moet de ongelukkigste speler van de middag geweest zijn. Uit die fraaie stand zag hij een aanval van Raymond niet aankomen, pareerde die niet geduldig, maar liet zelfs mat in 1 toe. Caïssa is allerminst een rechtvaardige schaakgodin, en deelt soms gratis punten uit aan wie het haar behaagt.

















