Niet onze dag…

Door Leon

Op zaterdag 7 maart speelde het team van De Kentering 1 tegen dat van De Baronie 3. Een topper in klasse 5M van de KNSB! Het was de nummer twee tegen de nummer drie. De Kentering 1 stond tweede, twee matchpunten achter Eindhoven 3, en zelf stonden we weer twee matchpunten voor op De Baronie.

Winst in deze beide topwedstrijden zou het kampioenschap en daarmee promotie naar de vierde klasse kunnen opleveren. Maar eerst zou er dus tegen De Baronie moeten worden gewonnen.

Helaas heeft het niet zo mogen zijn. In een harde strijd moesten we het hoofd buigen en De Baronie boekte een verdiende 5-3 zege. Omdat Eindhoven 3 zijn wedstrijd won, is het team uit Eindhoven met nog één ronde te spelen al kampioen. Een knappe prestatie!

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de overwinning van De Baronie terecht was. Hun overwinning aan bord 2, tegen onze topinvaller Sven, was indrukwekkend. Ook het spel van de tegenstander van David getuigde van lef. Met bijna alleen maar pionzetten legde hij David het vuur na aan de schenen en deze moed leverde uiteindelijk de overwinning op.

Aan onze kant wonnen alleen Piet en Nico hun partij, terwijl Ton en Ralf een remise lieten noteren. Met de nederlagen van mijzelf en Olaf was dit te weinig om aanspraak te kunnen maken op de overwinning of zelfs maar een gelijkspel.

Mijn partij aan bord 1 was in zekere zin illustratief voor de middag. Het had er misschien wel ingezeten, maar het kwam er niet uit.

Ik speelde met zwart en ik vergiste mij in de opening. Ik speelde op de 6e zet een tamelijk ongebruikelijke variant, waarna mijn tegenstander geruime tijd nadacht en met een nog ongebruikelijkere tegenzet op de proppen kwam. Achteraf vind ik dat dit volgens de theorie de hoofdvoortzetting is, maar veelzeggend genoeg was mij dat niet bekend.

Mijn antwoord op deze verrassende zet was een fout. Ik ging vrijwillig met mijn dame in een penning. Ik wist natuurlijk ook wel dat dit in principe geen goed idee is, maar na diep nadenken meende ik te kunnen concluderen dat zwart zich dit kon permitteren en dat dit de aangewezen weg was om wits opzet te counteren.

Dit nu was een verkeerde inschatting. Wit wikkelde af naar een stelling waarin hij weliswaar een geïsoleerde dubbelpion op de e-lijn had, maar meer dan genoeg compensatie in de vorm van een geopende f-lijn en grote druk op mijn ongerokeerde koning.

Op de 19e zet was het tot de volgende stelling gekomen (zie diagram 1).

Diagram 1. Matthijs – Leon na 19. Dxe6

Na een van beide zijden niet foutloos gespeelde fase heb ik een stuk gewonnen waarvoor wit niet alleen 4 pionnen heeft, maar ook een geweldige aanvalsstelling. De computer evalueert de stelling hier op +1. Wit heeft dus verreweg de beste kansen.

Hoe pak je als zwart zo’n stelling aan? Het antwoord is natuurlijk: je stukken in het spel brengen. Maar met zo’n kwetsbare koning is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Wit is al helemaal ontwikkeld en dreigt bijvoorbeeld zijn e-pion naar voren te brengen en de laatste pion die de zwarte koning beschermt weg te blazen. Daarna heeft hij eventueel nóg een e-pion achter de hand om als stormram het karwei af te maken.

Bovendien staan er op de damevleugel nog drie pionnen in slagorde paraat om gebroederlijk op te rukken naar een glorieuze toekomst op de achtste rij.

Ik had er dus, eerlijk gezegd, totaal geen vertrouwen in. En dat is natuurlijk niet de houding waarmee je iets afdwingt! In de laatste aflevering van New In Chess wordt ex-wereldkampioen Magnus Carlsen geciteerd, die zegt: ”In Chess, the optimal state when you’re playing a game is somewhere between optimistic and delusionally optimistic. Because if you’re realistic, you’re just never going to be opportunistic enough to exploit your opponent’s mistake.”

Hoe waar deze woorden zijn bewijst het vervolg van de partij!

Met de moed der wanhoop slaagde ik erin de dametoren en de loper in het spel te brengen. We zijn dan bij diagram 2 aanbeland, na wits zet 26. Tf1.

Diagram 2. Matthijs – Leon na 26. Tf1.

Ik was erin geslaagd een directe aanval op de koningsstelling middels de opmars e4-e5 te verhinderen. Dit had reden voor optimisme kunnen en moeten zijn, zeker omdat ik ook nog de witte c-pion had weten te veroveren. Maar het lukte me niet mijn pessimisme af te schudden. Ten onrechte, want volgens de computer is de evaluatie inmiddels -1.5, wat wil zeggen dat zwart veel beter staat!

Het gevaar dat ik nu op me af zag komen was de gevaarlijke b-pion die rechtstreeks naar dame dreigt te marcheren.

In dezelfde aflevering van New In Chess waarin Carlsen wordt geciteerd staat ook een rubriek van Castellanos, getiteld ”The worst placed piece”. Castellanos betoogt dat een van de manieren om de beste zet te vinden is te kijken naar welk stuk het slechtst staat opgesteld: ”What is the Worst Placed Piece? This is a fundamental question when it comes to positional understanding. The short answer is simple: the worst placed piece is the one that has no real function in the position, the one with little or no influence on what is going on.”

Volgens deze redenering is zwarts toren op f8 het stuk dat het minst presteert. Op de f-lijn valt niet veel meer te halen en de toren kan beter elders worden geposteerd. Ik speelde daarom 26… Te8. Op e8 lijkt de toren actiever te staan dan op f8, maar de zet is niet goed want het geeft wit de gelegenheid zijn b-pion ongemoeid te laten oprukken. Wit speelde 27. b6 en hierna is wits voordeel winnend. Zwart kan de b-pion niet meer tegenhouden.

In plaats van 26… Te8 had ik 26… Ke7! moeten spelen. Maar ik was zo gefixeerd op de f-lijn en de e-lijn dat ik helemaal niet heb overwogen de toren om te spelen naar de damevleugel. Met 26… Ke7! en dan bijvoorbeeld 27. Tf2 De1 28. Tf1 Db4 heeft zwart zijn toren vrijgemaakt en zijn voordeel behouden.

Helaas, niet gezien. Dit was niet mijn partij. Mijn tegenstander speelde het verder mooi uit en na 33. Kg2 (zie diagram 3) gaf ik op.

Diagram 3. Matthijs – Leon, slotstelling na 33. Kg2

Waarom gaf ik op? Omdat ik dacht dat ik zou verliezen na 33… Td8  34. b8D Txb8  35. Dg8†. Maar… deze variant wint helemaal niet, want na 35… Ke7  36. Dxb8 houdt zwart remise door eeuwig schaak!

Heb ik dan ten onrechte opgegeven? Nee, dat ook weer niet. Maar om te winnen moet wit in de slotstelling na 33… Td8 wel de zet 34. Txf6! vinden. Het gaat dan als volgt verder: 34… gxf6  35. De6† Kf8  36. Dxf6† Ke8  37. Dxd8† Kxd8  38. b8D† en wit wint het dameëindspel.

Zelfs de opgave kwam dus wat vroeg. Zoals gezegd, het was niet onze dag.

De Kentering 1  De Baronie 3  
Leon ter Beek1898 Matthijs van Merwijk18980-1
Sven Jansen1974 Jan van Roestel18620-1
Piet van Eijndhoven1909 Frank Creuels17561-0
Ton Snoeren1906 Rob van Gageldonk1859½-½
David Bruggeman1915 Edwin Lessmann17660-1
Ralf Duong1870 Peter Severeijnen1804½-½
Nico van Brakel1892 Karoly Kapitany17211-0
Olaf Soons1842 Joost Rutten18690-1
 1901  18173-5

Luctor et morior

Door Eduard Dame

Dit betekent zoiets als strijdend gingen wij ten onder. Maar tegen het team van De Baronie 4 ging dat wel heel snel. Na anderhalf uur spelen stonden we al met 4-0 achter.  Eerlijk gezegd was het verschil in gemiddelde ELO-rating sowieso te groot om een beter resultaat te verwachten: 1723 tegen 1611. De schakers uit Breda waren bovendien extra gedreven omdat zij nog kampioenkansen hadden (en nog hebben). Voor De Kentering 2 ziet de stand op de ranglijst er inmiddels minder rooskleurig uit. We staan nu voorlaatste. Maar juist dat zou voor de laatste wedstrijd van dit seizoen, mogelijk extra motiverend kunnen werken.

De stukken op bord 3 gingen als eerste terug het doosje in. Op een vol bord leek er nog niet veel bijzonders aan de hand, maar Peter overzag dat de zwarte dame een fraai plekje midden op het bord kon vinden met een onverwacht en onvermijdbaar mat als gevolg. Peter gaf het nog een positieve twist met de stelling dat dit schaken juist zo leuk maakt.

Zelf speelde ik op bord 4 een grafpartij door zelf het graf te graven om daarin langzaam maar zeker in te zakken. Het algemene idee is toch dat wit iets beter uit de opening komt dan zwart. Daar kwam maar weinig van terecht door veel te veel openingspassiviteit waarna ik als een vlieg werd doodgedrukt tegen een emotionele muur.

De twee hoogste borden deden het beter dan de laagste twee met Egbert en Lex achter de stukken. Wilbert speelde op bord 1, met zwart dus, het Boedapest Gambiet. Hij won snel een pion, daarna een toren en daarmee de partij. In zijn euforie zag hij onder het toeziende oog van zijn vader (die deze ronde vrijaf had) nog een mooie matcombinatie over het hoofd, maar hij haalde de volle buit toch subtiel binnen. Mooi werk!
Op bord 2 bij Dick was sprake van een gelijk opgaande strijd met remise als resultaat. Weliswaar zouden we daarmee de wedstrijd definitief verliezen, maar het vooruitzicht dat op de resterende drie borden nog de volle winst zou kunnen worden gehaald was louter utopie.

Jan de Leeuw speelde als zijn achternaam, maar toch geen winst dit keer. In de Siciliaanse opening  rokeerde wit naar de damevleugel en zwart naar de koningsvleugel. Van beide kanten werd de aanval ingezet op de koning. In het middenspel gingen de dames van het bord waarbij Jan ook het loperpaar moest prijsgeven. Dat gaf zijn tegenstander een licht voordeel. Maar om verder te komen moest wit ook het loperpaar opgeven. Wit stond iets beter, maar speelde onnauwkeurig en de stelling kwam weer binnen de marges van een remise,. Nadat duidelijk was dat wij de wedstrijd hoe dan ook zouden verliezen (we kwamen met 4,5 – 1,5 achter) bood Jan tweemaal remise aan. Hij deed dat ook omdat hij zijn ongeslagen status in de zaterdagcompetitie van dit seizoen wilde behouden. En dat is toch maar mooi gelukt, want met enige tegenzin (vanwege de bordpunten richting hun kampioenschap) ging de tegenstander uiteindelijk met remise akkoord.

Lorenzo op bord 6 hield het van iedereen het langste vol. Zijn tegenstander spinde een krachtig web van zwarte stukken rond de witte koning en vind dan maar eens een uitweg. Die kwam er niet.

Uitslag 2-6 en daar moesten we het mee doen.

‘Nieuwbakken’ spelers De Kentering A zorgen voor nipte overwinning

Door Olav

Afgelopen maandag 23 februari 2026 mochten wij in Waalre aantreden tegen Litho Knights A, de club van ASML-werknemers. Aangezien Nico was geveld door de griep, vonden wij ons nieuwbakken lid Edwin Swinkels op bord 2 terug en niet zonder succes, hierover later meer.

Bent trad aan op bord 1 en won zijn partij vrij vlot en overtuigend. Ondanks dat Bent dit seizoen nog niet verloren heeft op bord 1 was een overwinning geen vanzelfsprekendheid. Als zeer nieuwbakken vader stond hij echter gewoon paraat op bord 1 en liet op het bord geen enkel spoor van slaaptekorten zien. Vooralsnog demonstreert Bent dat het adagium ‘een kind krijgen kost je 100  ELO’ op hem niet van toepassing is. Knap gedaan! Een analyse van Bent volgt hieronder:

De wedstrijd tegen Litho was cruciaal om überhaupt nog kans te maken op het kampioenschap. Wel ben ik erachter gekomen dat een baby van 2 weken oud maakt dat je automatisch ìets minder tijd over houdt voor de hobby. Als resultaat heb ik mij dus effectief voorbereid op mijn tegenstander: 1 opening, 1 variant. Zie hier het resultaat:

Vervolg Olaf: Ik was vervolgens met zwart op bord 4 als tweede klaar en kan vrij kort over de partij zijn, het was niet bepaald mijn beste van het seizoen. En dat terwijl mijn dochter juist de laatste weken weer een behapbaar slaapritme heeft gevonden. Als nieuwbakken Doornroosje zag ik echter een combinatie over het hoofd. Zie diagram na 19. 0-0:
Mijn tegenstander liet al vroeg in de partij dubbele geïsoleerde pionnen op de c-lijn toe. Ik dacht dat deze structurele zwakheid ondanks het loperpaar mij een voordeel zou moeten geven. Mijn tegenstander had het echter beter ingeschat en ik kwam later onder lichte druk door het sterke loperpaar (ik wou dat ik het essay van Jan de Leeuw over de sterke loper(s) (zie voorgaand stuk op de site) eerder had gelezen). Desondanks dacht ik na 19…Pa5 druk te kunnen zetten op de pion c4. Ik zag echter de winnende zet voor wit over het hoofd. Ik laat het aan de puzzel liefhebber over om deze te vinden….

Kortom al snel werd het 1-1.

Leon stond ver in het eindspel onder behoorlijke tijdsdruk stond. Wij stonden met een aantal man rondom het bord toen opeens Leon de klok had stilgezet en zijn tegenstander had gefeliciteerd. Wij bevonden ons even in een staat van schok, want zowel Leon als wij hadden de mat-in-een niet zien aankomen! Gelukkig greep de wedstrijdleider in. Het bleek dat de matzet onreglementair was. De partij werd hervat en in Leon’s tweede en nieuwbakken schaakleven van de avond wist hij onverschrokken het tweede punt voor de De Kentering in de wacht te slepen. Klasse! 

In een ander artikel op de website, Spookmat in Waalre, analyseert Leon deze partij.

Als laatste was Edwin klaar. Ondanks enige commotie bij de partij van Leon bleef hij onverstoorbaar gericht op zijn eigen partij. Tegen een sterke tegenstander belandde Edwin in een pion minder eindspel met een toren. In theorie wellicht een remise maar onder tijdsdruk tegen een goede tegenstander allerminst eenvoudig. Edwin bleef echter kalm en wist heel keurig de partij naar een remise te sturen. Met 2,5 punten binnen was de team-overwinning binnen! Op zeer korte termijn beschikbaar gevonden als last-minute invaller en het winnende halfje binnengehaald, dat kun je geen slechte invalbeurt noemen. Chapeau!

Nu later blijkt dat onze grootste concurrent in de strijd om het kampioenschap deze ronde punten heeft laten liggen, hebben wij de laatste ronde alles in eigen hand om kampioen te worden en volgend jaar mee te doen in de Hoofdklasse. Een overwinning of gelijkspel tegen Veldhoven A thuis op maandag 16 maart a.s. is voldoende om een kampioensbiertje te mogen drinken!

Spookmat in Waalre

Door Leon

Afgelopen maandagavond speelde het team van De Kentering A uit tegen Litho Knights A. Deze wedstrijd vond plaats in Waalre. Onze teamleider Olaf is nog bezig met een verslag en ook Bent bezint zich nog op een bijdrage. Ik plaats hier alvast een impressie van mijn partij. Voor een overzicht over de hele wedstrijd (die wij met 2½-1½ wonnen) verwijs ik naar het stukje dat Olaf nog gaat plaatsen.

Ik speelde op bord drie met wit tegen een sympathieke jongeman met de naam Julien Swidurski. In een nogal wilde opening slaagde ik erin de zwarte stelling vroeg onder druk te zetten, waardoor zwart een fout maakte en een pion verloor.

Het kostte me allemaal wel veel tijd om het goed uit te rekenen en na een zet of vijftien begon zwart tegenspel te krijgen. In de eerste diagramstelling heeft hij 16… Pb4 gespeeld.

Diagram 1. Leon – Julien na 16… Pb4

Ik had hier nog minder dan een half uur bedenktijd en dan is zo’n paardzet best lastig te beoordelen. Zwart dreigt paardschaakjes op c2 of eventueel op d3. Na enig nadenken besloot ik dat mijn aanval sterk genoeg was om de paardschaakjes te negeren en ik speelde 17. Pf4. Zwart vervolgde met 17… Pc2† en na 18. Kd2 Pxa1  19. Pxg6 speelde hij het venijnige 19… Db6 (zie diagram 2).

Diagram 2. Leon – Julien na 19… Db6

Weer zo’n lastige zet, die me veel bedenktijd kostte. Zwart dreigt op b2 te slaan en dat ziet er heel gevaarlijk uit. Té gevaarlijk, leek me, en daarom zag ik af van 20. Pxh8. Achteraf blijkt dat dit toch de aangewezen zet was, omdat zwarts aanval na 20… Dxb2†  21. Kd1 Dc2†  22. Ke1 Dxc3†  23. Ke2 doodloopt. Wits koning ontsnapt na 23… Pc2  24. Dxg7 Pxd4†  25. Lxd4 Dxd4  26. Kf3 Dd3†  27. Kg4 0-0-0  28. Pf7 en na deze halsbrekende avonturen staat wit volgens de computer gewonnen (zie analysediagram).

Leon – Julien. Analysediagram na 28. Pf7

Zoals gezegd leek deze variant mij echter veel te gevaarlijk en met nog maar 7 minuten op de klok speelde ik, om inslaan op b2 te voorkomen, 20. b3. Ik had de gevolgen van 20… Pxb3 21. axb3 Dxb3 bekeken, maar het was mij ontgaan dat de zet 19… Db6 nog een tweede pointe had. Vanaf b6 valt de dame namelijk ook nog een keer het witte paard op g6 aan! Zwart speelde nu dus 20… Dxg6 en was daarmee meteen uit de problemen. Wits aanval is verdampt en wat resteert is een slecht eindspel.

Ik was gedwongen 21. Dxg6† te spelen en na 21… hxg6  sloeg ik het paard op a1, waarna de stelling in diagram 3 was ontstaan.

Diagram 3. Leon – Julien na 22. Txa1

De stelling is nu radicaal vereenvoudigd. Ik sta een kwaliteit achter en heb daar slechts één pionnetje voor. Bovendien was mijn bedenktijd tot 5 minuten geslonken. Zwart speelde in het vervolg echter onnauwkeurig en na de zettenreeks 22… 0-0-0? (Beter is 22… e6)  23. Tc1 Kb8  24. Pe2 Th2  25. Pf4 Lh6  26. Pxg6? (26. Ke2) 26… Lxe3†? (26… Txg2)  27. Kxe3 e6 (27… Txg2 is niet beter)  28. Pf4 zag ik het weer wat zonniger in (zie diagram 4).

Diagram 4. Leon – Julien na 28. Pf4

Zwart is een pion kwijtgeraakt en mijn stelling is aardig opgeknapt. Ik beschik over twee vrijpionnen en mijn paard is erg sterk. Volgens de computer staat wit duidelijk beter, maar dat kon ik in mijn tijdnood niet goed beoordelen. Ondertussen had ik nog maar erg weinig bedenktijd (minder dan een minuut) en ik was dus aangewezen op de 15 seconden die er per zet bijkwamen. Zwart daarentegen had nog meer dan drie kwartier op de klok.

Hierdoor kon ik niet helemaal helder krijgen of ik hier serieuze winstkansen had en in het vervolg, met name tussen zet 32 en zet 37, speel ik een paar keer mijn koning heen en weer in een poging tijd te winnen door zetten te spelen die niets kunnen verpesten.

Na 28… Te8  29. g3 (Er is niets tegen opmarcheren naar g4) 29… a6  30. a4?! Ka7  31. a5 Th7  32. Kd3 Tee7  33. Kd2 Thf7  34. Ke3 Th7  35. Kd3 Kb8  36. Ke3 Th6  37. Kd3 Tc7  38. Tc3 Txc3†  39. Kxc3 Kc7  40. Pd3?! Th1? (40… b6)  41. Pc5 Tf1  42. Pxe6† Kd7  43. Pf4?! (Handiger is 43. Pc5†) 43… Txf2  44. Pxd5 Tf3†  45. Kc4 Txg3  46. b4 (46. Pf6) 46… Tg1 is diagram 5 ontstaan.

Diagram 5. Leon – Julien na 46… Tg1

Met nog minder dan een minuut op de klok speel ik hier mijn koning naar voren: 47. Kc5. Dit is echter niet goed, omdat het zwart de kans geeft de d-pion te veroveren, waarna wit geen winstkansen meer heeft.

De aangewezen weg was 47. Pf4, maar dan is het nog best lastig om verder te komen: 47… Tg4  48. Pd3 Kc6  49. Pc5 Tf4  50. Pe6 Tg4  51. Pd8† Kc7  52. Pf7 en langzaam maar zeker brengt wit zijn pionnen naar de overkant. Maar in tijdnood is dit geen gesneden koek.

Er volgde 47… Tc1†  48. Kb6 (gedwongen) 48… Kc8? (48… Td1! verovert de d-pion en houdt remise)  49. Pe7†? (49. Pe3!) 49… Kb8? (49… Kd7 houdt nog remise)  50. d5 Tb1  51. d6 en we zijn bij diagram 6 aanbeland.

Diagram 6. Leon – Julien na 51. d6

In deze stelling pakte zwart zijn toren op b1, sloeg de witte b-pion en zette de toren neer op b5: 51… Txb5#! Zie het volgende spookdiagram.

Spookdiagram. Leon – Julien na 51… Txb5#

Opeens staat wit mat! Verbouwereerd lachend stak ik mijn hand uit naar mijn tegenstander en feliciteerde hem. Ook Julien was vol ongeloof. We hadden allebei wel gezien dat zwart de b-pion kon slaan, maar niet dat het mat in één was!

De eerste (en enige?) die in de gaten had dat er iets niet klopte was Bent. Hij had zijn partij al gewonnen en stond nu toe te kijken. Hij merkte meteen op dat de witte b-pion op b4 stond, en dat 51… Txb5# dus een onreglementaire zet was.

Ik zette dus de klok stil (ik had nog 18 seconden), en de stelling werd gereconstrueerd. Nadat de klok opnieuw was ingesteld op 1 minuut voor mij en 35 minuten voor zwart, ging de partij verder met 52. Kc5 Tb5†  53. Kd4 Txa5 (zie diagram 7).

Diagram 7. Leon – Julien na 53… Txa5

Ik ben twee pionnen kwijtgeraakt, maar toch heeft wit natuurlijk uitstekende kansen met zijn ver opgerukte pionnen en na 54. e6 Tg5  55. Pd5 Kc8  56. Kc5 Te5  57. d7† Kd8  58. Kd6 is het duidelijk dat zwart verloren is (zie diagram 8).

Diagram 8. Leon – Julien na 58. Kd6

Wit dreigt 59. e7† Txe7  60. Pxe7 en het is mat na de manoeuvre Pe7-g6-f8-e6#.

Ook als zwart de pion op e6 slaat, geeft wit met het paard mat: 58… Txe6†  59. Kxe6 a5  60. Kd6 a4  61. Pc7 a3  62 Pe6#.

Zwart probeerde nog 58… Txd5†, maar na 59. Kxd5 Ke7 (of 59… Kc7  60. Ke5 a5  61. Kf6 Kd8  62. Kf7 en wint)  60. Kc5 b5  61. Kc6 (zie diagram 9) gaf hij op.

Diagram 9. Leon – Julien. Slotstelling na 61. Kc6

Zwart is te laat met zijn pionnen. Een enerverende partij!

De loper als MVP: Most Valuable Piece

Door Jan de Leeuw

Op maandag 23 februari speelden we met Sv De Kentering B een uitwedstrijd tegen de Grenslopers uit Goirle. We wonnen deze wedstrijd met 2,5 – 1,5 en schoven daardoor iets meer op richting de middenmoot van de stand in onze klasse.

Paul Willemen was redelijk snel klaar met zijn tegenstander. Hij kwam beter uit de opening: zijn tegenstander had een achtergebleven pion op c6, een dankbaar ‘target’ op de half open c-lijn. Paul wist met vaste hand zijn voordeel uit te buiten en het eerste punt te scoren.

Bart van den Berg en Ralf Duong kwamen met voordeel uit de opening. Ralf kon dat echter niet vasthouden door, zoals hij het zelf aangaf, een foute beslissing. Hij deed er alles aan (vooral tactisch) om een nederlaag te vermijden, maar het was niet te houden.

Zelf behaalde ik een regelmatige overwinning. In het vervolg zal ik de partij bespreken. Bart, aan bord een, was de partij goed begonnen, maar in het middenspel wisselden de kansen. Bart accepteerde het remiseaanbod van zijn tegenstander in het besef dat we daarmee de wedstrijd hadden gewonnen.

De loper als MVP
Velen van ons hebben ooit geleerd dat de intrinsieke waarde van de schaakstukken verschillend is. Die waarde zegt iets over de potentiële kracht in het schaakspel en wordt vaak uitgedrukt in cijfers: de pion staat voor 1, het paard en de loper voor 3, de toren voor 5 en de dame voor 9. De waarde van de koning is van een andere orde. Overall is die waarde ‘oneindig’ aangezien het verlies van de koning het einde van het spel betekent.

We hebben het dus over de potentiële kracht van de schaakstukken. In de praktijk, in concrete stellingen, kan een bepaald stuk door een bepaalde positie in het geheel van de stelling een grotere of kleinere waarde hebben. Wat dat laatste betreft: soms komt het voor dat een toren niet van zijn plaats af kan komen gezien de stelling, waardoor het stuk zijn potentieel niet kan realiseren. En andersom geldt ook: een loper kan vanwege de stelling hele belangrijke lijnen op het bord domineren en daardoor meer invloed uitoefenen op het verloop van de partij dan je op grond van zijn intrinsieke waarde zou mogen veronderstellen.

In de partij die ik speelde, was dat aan de hand. Mijn loper bestreek een hele diagonaal, had grote impact op het centrum en ook op de damevleugel van de tegenstander. De loper zorgde er mede voor dat mijn tegenstander zich niet goed kon ontwikkelen waardoor hij positioneel minder kwam te staan. Ook bij de tactische afwikkeling van de partij kon het stuk nog een rol spelen.

Als je de gehele partij overziet, kun je vaststellen dat deze loper het MVP was van deze partij. We kennen dat begrip MVP vooral als afkorting van de Most Valuable Player, zoals in het basketbal. De Most Valuable Player is de speler die wordt beschouwd als de meest waardevolle voor zijn of haar team, competitie of in een specifieke wedstrijd. Vaak krijgt een dergelijke speler een prijs uitgereikt. Het is een erkenning en waardering gebaseerd op prestaties die een doorslaggevende impact hebben gehad op het succes van het team. Vaak zijn het ‘complete spelers’ die een dergelijke prijs krijgen.

Bij het schaken zou je kunnen spreken van MVP, maar dan in de zin van Most Valuable Piece, het stuk dat de facto in een bepaalde stelling een grote impact heeft op de ontwikkeling en afloop van de partij, in ieder geval veel groter dan dat je zou mogen verwachten op grond van de intrinsieke waarde van het stuk. Bij de analyse van mijn partij van afgelopen maandag zal ik dat een paar keer toelichten.

Henk Renders (De Grenslopers) – Jan de Leeuw (De Kentering)
1. d4 d5. 2. Pf3 c5 3. c3 Pf6 4. h3 h6 5. Lf4 Lf5 6. Pd2 Dat maakt het lastiger om via Ld3 de zwarte loper te neutraliseren. Beter was daarom wellicht e3. 6… e6 7. e3 Pc6 8. a3 Le7 9. Lb5 0-0 10. Lxc6 Wit geeft vrijwillig het loperpaar op en brengt de loper op f5 in een min of meer onaantastbare positie. 10… bxc6. 11. 0-0 Db6 12. b3 Lh7 13. Ta2 De loper verhindert de toren om op b1 steun te geven aan de b-pion. Daardoor moet de toren eerst naar veld a2. De pionnenstructuur op de damevleugel is verzwakt en kwetsbaar. (Diagram 1)

13… a5 14. Dc1 cxd4 15. cxd4 c5 16. dxc5 Lxc5 17. Db2 Wit dreigt met Le5 veld f6 en g7 onder schot te nemen. Verder is er een directe tactische dreiging met Lxh6. Zwart moet met de loper terug naar veld e7. 17… Le7 18. Le5 Tfc8 19. Taa1 Tc2 Zwart kan met zijn toren binnendringen op de tweede rij doordat hij support heeft van de krachtige loper op h7. 20. Dd4 Dxd4 21. Lxd4 Pd7 22. Tfd1 Tac8 23. Kf1 f6 Met deze zet brengt zwart zijn krachtige centrum langzaam in beweging. Daar komt bij: het maakt de weg vrij voor de koning om op te rukken met het oog op het naderende eindspel. En het biedt de loper op f7 nog een tweede mogelijkheid om zich nadrukkelijk met het spel te bemoeien.
24. Pe1 (Diagram 2) 24… T2c6 Hier miste ik een direct winnende voortzetting, namelijk 24… e5! 25. Pxc2 Lxc2 26. Lb2 Lxd1 27. Txd1 Tc2 28. Lc1 Pc5. Het vroeg serieus rekenwerk en ik kwam er niet helemaal uit. Daarom met Tc6 op ‘safe’.
25. Lb2 e5 26. Tac1 Kf7 27. Txc6 Txc6 28. Tc1 Txc1 29. Lxc1 Pc5
(Diagram 3)

De torens zijn van het bord. Zwart heeft nog steeds voordeel zeker vanwege het sterke centrum, het loperpaar, de gedrongen stelling van zwart, zijn beperkte actieradius (zo staat het ene paard bijna de gehele partij al ‘geparkeerd’ op veld d2). Bovendien we zien we dat de loper op h7 nog steeds een machtige positie inneemt en het centrale veld d3 onder controle houdt.

30.
Lb2 Ke6 31. Lc3 Pa6 32. Ke2 Lxa3 33. f3 Om onbegrijpelijke redenen slaat wit niet de pion op a5. In de post mortem gaf mijn tegenstander aan dat hij bang was dat zijn loper opgesloten zou worden. 33… Lb4 34. Lxb4 Pxb4 35. e4 Pc6 36. Pd3 Kd6 37. Ke3 (Diagram 4)
De loper is nu afgesloten van de diagonaal richting b1. Een goede aanleiding om door d4 een andere diagonaal (g8 – a2) toegankelijk te maken voor de loper. Het stuk gaat een beslissende rol spelen bij het afwikkelen naar een gewonnen stelling. 37… d4+ 38. Ke2 Lg8 39. Pb2 Kc5 40. Pd3 Kb5 41. Kd1 Pb4 42. Pb2 Pa2 43. Pbc4 Kb4 44. Kc2 a4 45. bxa4 Lxc4 46. Pxc4 Kxc4 47. a5 Pb4+ 48. Kb2 Pa6 49. Kc2 Pc5. En wit gaf op. 0 – 1