Ellende in de Benoni

Door Leon

In de eerste ronde van de interne competitie, op maandag 25 augustus, stond voor mij meteen een partij op het programma tegen de nummer twee van vorig seizoen, Ton Snoeren.

Ik opende met 1. d4 en zwart bracht een Benoni op het bord. Dit is weliswaar Hebreeuws (בֶּן-אוֹנִי) voor ’zoon van mijn ellende’, maar desalniettemin een gerespecteerde opening, die graag wordt aangewend door agressief ingestelde zwartspelers.

De opening voltrok zich langs bekende lijnen en nadat ik 13. Ta3 had gespeeld was de stelling als volgt (zie diagram 1).

Leon – Ton, stelling na 13. Ta3

Bij bestudering van deze positie valt op dat wit ruimtevoordeel heeft. Hij kan werken met de dreiging e4-e5 en eventueel op de koningsvleugel aanvallen.

Zwart moet tegenspel op de damevleugel zoeken. Met dat doel heeft hij zijn toren op b8, zijn paard op c7 en zijn loper op d7 zo neergezet dat ze de opstoot b7-b5 ondersteunen.

Mijn laatste zet, 13. Ta3, had tot doel eventueel de torens op de a-lijn te verdubbelen wanneer het daadwerkelijk tot b7-b5 zou komen en de a-lijn open zou komen.

Ton speelde nu de lang voorbereide zet 13… b7-b5, maar had daarbij niet lang genoeg gekeken naar de stelling die ontstaat nadat er massaal op b5 is geruild.

Er volgde: 14. axb5 axb5  15. Pxb5 Pxb5  16. cxb5, waarna de volgende stelling ontstond:

Leon – Ton, stelling na 16. cxb5

Hier had Ton even moeten nadenken en 16… 0-0 moeten spelen. Dan is de stelling ongeveer in evenwicht. De computer geeft wit een heel licht plusje, maar zwart heeft meer dan voldoende tegenspel.

In plaats daarvan speelde Ton automatisch 16… Lxb5. Maar na deze zet wreekt zich het feit dat zwart nog niet heeft gerokeerd. Ik speelde 17. Lxb5 en na 17… Txb5 volgde 18. Da4 (zie stelling 3).

Leon – Ton, stelling na 18. Da4

Deze penning van de toren had zwart over het hoofd gezien toen hij 13… b5 speelde. Voor zwart is goede raad nu duur. Hij kan de gepende toren niet wegspelen en moet hem dus dekken. Dat kan alleen met de dame. Ik had gezien dat zwart 18… Db8 of 18… Db6 kon spelen en dat ik dan met 19. Tb3 de toren zou winnen.

Ton speelde het alternatief: 18… Dd7, waarna de volgende stelling ontstond:

Leon – Ton, stelling na 18… Dd7

Nu werkt 19. Tb3 niet, want zwart kan gewoon 19… Txb3 spelen. Maar er blijkt een mooi geometrisch motief in de stelling te zitten.

Wit speelde 19. Da8† (zie stelling 4) en Ton gaf op!

Leon – Ton, stelling na 19. Da8†

Het is inderdaad helemaal uit. Zwart is gedwongen 19… Dd8 te spelen, maar dan volgt 20. Dc6† (zie volgend analysediagram).

Leon – Ton, analyse na 20. Dc6†

Om de toren niet te verliezen moet zwart nu weer 20… Dd7 spelen, maar dan leidt 21. Ta8+ tot mat (zie stelling 7).

Leon – Ton, analyse na 21. Ta8†

Een fraaie stelling: zwart moet 21… Tb8 doen en staat dan mat na 22. Txb8#.

Voor mij een goed begin van de interne!

Ga-zo-door-vergadering

Door David
Een gezellig ledenvergadering afgelopen maandag, met ook een moment van ontroering bij de terugblikken van Peter, Ton en Jan op onze twee overleden clubgenoten Luigi en Cees. Fijn om nog enkele mooie herinneringen samen op te halen en een minuut in stilte aan hen en hun dierbare aanwezigheid te denken.
Maar verder.. waar draaide de vergadering deze keer om? Vooral ‘ga zo door’. Een stabiel ledental, financieel gezond, een soepele overgang afgelopen jaar naar een stevigere organisatievorm, veel schaakplezier in zowel de interne en externe competities met goede prestaties van de externe teams, en veel animo voor weer zo’n goed georganiseerde interne competitie en wedstrijden tegen andere clubs komend seizoen. De meeste aandacht ging uit naar hoe we de stukjes op de websites nog leuker en met nog meer verschillende bijdragers kunnen maken. En dat zegt wel wat, dat je als club vooral aandacht aan het besteden bent aan ‘nog leuker’.

Helemaal geen discussie dan? Ja, toch. Lees verder

Gouden regen

Door Leon

Tijdens deze vakantiedagen ben ik wat oude schaakboeken aan het doorbladeren. Een van de eerste schaakboeken die ik als kind van mijn ouders cadeau kreeg, was een klein boekje van Theo Schuster, getiteld: ”Onvergetelijke schaakpartijen 1. Lotgevallen van beroemde schaakmeesters, hoe ze streden, overwonnen en verloren. Van Morphy tot Tarrasch”, verschenen te Zutphen ergens in het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Naast de boeken van Bouwmeester en Euwe vormde dit werkje (samen met deel 2: ”De drie wereldkampioenen Lasker, Capablanca, Aljechin”) mijn eerste kennismaking met beroemde partijen van grootheden uit het verleden. Ik heb ze stukgelezen!

Breslau 1912

In deel 1 beschrijft Schuster een fragment uit een partij uit het toernooi van Breslau 1912 dat werd georganiseerd in het kader van het 18e congres van de Duitse Schaakbond. Breslau was de geboortestad van de schaakgrootheden Adolf Anderssen (1818-1879) en Siegbert Tarrasch (1862-1934). Het was de derde stad van het Duitse keizerrijk, na Berlijn en Hamburg. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kwam de stad in Polen te liggen, en tegenwoordig is de naam Wrocław.

Toppers uit de 19e eeuw

Anderssen, leraar wiskunde van beroep, werd sinds zijn winst in het eerste schaaktoernooi dat ooit werd georganiseerd, in Londen 1851, beschouwd als de beste speler van de wereld, totdat hij in december 1858 door de Amerikaan Paul Morphy in een tweekamp te Parijs met 8-3 werd verslagen. Nadat Morphy zich al snel uit het schaakleven had teruggetrokken, was Anderssen wederom de sterkste speler ter wereld, totdat hij in 1866 een match tegen Wilhelm Steinitz met 8-6 verloor (geen remises!).

Siegbert Tarrasch was in de jaren ’80 en ’90 van de negentiende eeuw een van de sterkste spelers van de wereld. Ook hij was geen beroepsschaker, want hij had een huisartsenpraktijk in Nürnberg. In 1908 verloor hij een match om het wereldkampioenschap tegen de regerend wereldkampioen Emanuel Lasker met 10½-5½.

In het toernooi te Breslau van 1912 speelde ook Tarrasch mee, en hij eindigde in zijn geboortestad op een verdienstelijke gedeelde 4e en 5e plaats met 11 punten uit 17 partijen, één punt achter de gezamenlijke winnaars Duras en Rubinstein en een half punt achter Teichmann.

Frank Marshall

In het toernooi van 1912 nam ook de Amerikaanse schaker Frank Marshall (1877-1944) deel. Hij is vooral bekend van het gambiet in de Spaanse opening dat hij in een partij tegen Capablanca in New York 1918 introduceerde en dat nog steeds zijn naam draagt. In 1907 speelde hij een match tegen wereldkampioen Emanuel Lasker die hij verloor met 10½-3½. Hij was kampioen van de Verenigde Staten van 1909 tot 1936. In Breslau behaalde hij met 9½ punt de zesde prijs.

Lees verder na de Lees verder tag
Lees verder

Strijden om te winnen

Maandag 4 augustus. Twee toernooien tegelijk. Het is een beproefd concept, tegelijk de finale van het Zomerschaken met de 6 besten uit de voorronden en een snelschaaktoernooi voor alle overige deelnemers. D’n Beer bruiste van de schaaklust en het strijdplezier!

Voor het eerst werd ook een nadeel duidelijk: het was zo spannend in de finalegroep en de partijen zo boeiend, dat sommige deelnemers aan het snelschaaktoernooi soms maar met moeite naar de volgende ronde van hun eigen snelschaaktoernooi gedirigeerd konden worden. Een erg dragelijk nadeel: als de schoonheid van het spel als Lorelei lonkt en lokt, is toegeven daaraan een liefdesdaad!

In een pauze tussen de gevechten, beschreef Bart zijn ervaring in die finalegroep: “Heel leuk, We strijden allemaal om echt te winnen, en dat levert heel boeiende partijen op. Iedereen heeft het gevoel van iedereen te kunnen winnen.” Lees verder

Zomerschaken avond 4: Deelnemers finale bepaald

Begin van de vierde avond Zomerschaken was maar één ding duidelijk: Jarich Haitjema zou zeker in de finale op 4 augustus spelen met zijn 11 uit 12 in de eerste drie ronden. Maar op de plaatsen 2 t/m 6 in de finalegroep maakten maar liefst 13 aanwezigen nog kans. In theorie zelfs nog een paar meer als sommige spelers in de middenmoot zouden uithalen met 4 uit 4 in deze laatste voorronde….

Tot de laatste ronde bleef het razend spannend. Adib had een minder sterke dag, maar had aan een cruciale winst, tegen Hans Wennekes, genoeg om met 9,5 punt de deelname aan de finale zeker te stellen. Hans Wennekes viel na ook nog een verlies in de laatste ronde tegen Davoud af, na verder erg sterk gespeelde voorrondes. Davoud kwam pas laat op gang en zijn score van 9,0 punten bleek net niet genoeg voor een finaleplaats. Wel een sterke slotronde was er voor Ton Snoeren die na een verlies tegen de koploper Jarich, achtereenvolgens drie rivalen voor de finaleplek versloeg: Nico van Brakel, Leon ter Beek en Cees van Zelst. Ton de Verschrikkelijk voor deze drie: alle drie haalden de finale niet. Zelfs onze clubkampioen Leon dus niet, ondanks de prachtige mat in zijn partij tegen Davoud.
Lees verder